Fietsen in Vietnam – part I

Voor ons is er niets leuker dan fietsen op de vakantiebestemming. Dus toen ik mij ging verdiepen in Vietnam stond dit bovenaan mijn To Do list.

Op avontuur in de grote stad

Ons avontuur begon in Ho Chi Minh City. Nee, hier hadden wij geen fietsen gehuurd. Hier kwamen we op het grandioze idee om mee te gaan met zo’n mannetje. Na een ritje van een klein uurtje en (achteraf) 120,00 euro lichter adviseer ik: doe het niet. Dit geeft je namelijk niet alleen een lege portemonnee. Maar ook een soort buikpijn waar je moeilijk vanaf komt 😉

Op een (oud) ijzeren ros door Nha Trang

In Nha Trang sprongen we voor het eerst op een Vietnamese fiets. Leuk, maar wel even wennen. Mijn fiets was namelijk te vergelijken met een Nederlandse fiets anno 1965. Maar hij had twee wielen, twee trappers en een zadel… dus we gingen op pad!

De gids was een echte local. Hij had niet alleen de Vietnamese looks. Hij wist ook alle kleine tussendoor weggetjes en fietste er met een rap tempo doorheen. Aan alle voorbij zoevende auto’s gaf hij een soort van zwaaisignaaltje. Ik denk dat hij hiermee zei: “Verminder vaart, ik heb weer van die slechtfietsende toeristen bij me”. Hij wist natuurlijk niet dat wij Nederlanders pro zijn op dit gebied.

Er stonden een paar highlights op zijn lijstje. Onze eerste stop was Nha Tho Nui, de Katholieke kerk van Nha Trang. We fietsten over het kerkplein, bekeken een trouwerij (wat doe je anders zo’n dag hè) en genoten van het uitzicht.

Trap lopen voor gevorderden

Na het kerkbezoek was het tijd voor een wat traditionelere bezienswaardigheid. Je raad het al… een tempel! Deze tempel, met de naam Long Son Pagoda staat op de Trai Truyheuvel. De tempel is vooral bekend vanwege haar 24 meter hoge boeddha. Zoals meestal in Azië het geval is, lag er geen geasfalteerde weg naar de top en moesten we één voor één alle treden op. Zweet op ons voorhoofd, onze rug, onze knieholtes… euhm, eigenlijk overal! Na drie keer te zijn ingehaald door een Aziaat met minimaal het dubbele van mijn leeftijd waren we op de top.


Bijzonder: in de voet van het boeddhabeeld staan monniken afgebeeld. Deze monniken hebben zich in 1963 als protest in brand gestoken. Zij protesteerden tegen de discriminatie van Boeddhistische monniken.

Ik zag de stijle trappen en schrok toch wel een beetje. Met pijn in mijn kuiten van de vorige tempel en redelijk pijnlijke billen van mijn ijzeren ros, zat ik niet te wachten op deze trappen.

Trap lopen voor gevorderden… again!

Langzaam daalden we weer af en sprongen op onze fiets. Op naar de volgende tempel. We kwamen aan bij Po Nagar. Een Hindoeïstische tempel uit het Champa-rijk. Ik zag de stijle trappen en schrok toch wel een beetje. Met pijn in mijn kuiten van de vorige tempel en redelijk pijnlijke billen van mijn ijzeren ros, zat ik niet te wachten op deze trappen. Gelukkig verloste de gids mij uit mijn ‘lijden’. Hij vertelde dat deze trappen al heel erg lang niet meer gebruikt worden. Natuurlijk waren er wel weer andere trappen om boven te komen… maar niet deze. Na dit tempelbezoek was het tijd om terug te gaan naar het hotel. De volgende dag namen we de trein richting Hanoi.

Tip: neem een tuigje mee voor in het kinderzitje. Bij ons zat er in de zitjes namelijk geen beveiliging. Niet heel erg fijn als je kindje in slaapt valt op de fiets.

In mijn volgende blog neem ik je mee naar Hanoi. Een uitdagende en superleuke bestemming om te fietsen.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *